Als je mensen van onze stichting spreekt over Tanzania dan hoor je al vlug de namen van Ad Groen en George en Gon Joosten vallen. Zij hebben onze stichting in contact gebracht met de projecten in Tanzania. Het leek ons leuk om u wat meer te vertellen over deze ontwikkelingshelpers. Onderstaand is maar een beknopt verhaal van alle verhalen die zij te vertellen hebben.

In de jaren zestig van de vorige eeuw zijn George en Gon gaan studeren. Hij voor arts en zij voor verpleegkundige.  Beiden komen uit een katholiek nest en zijn opgegroeid met de missie.  De missionarissen kwamen preken in de kerk en het werk wat zij deden in deze  landen sprak Gon wel aan. George wilde vooral iets van de wereld zien en tropenarts zou zijn kans zijn. Zeker in die tijd was het niet vanzelfsprekend om naar verre landen te reizen.

In december 1967 trouwen zij en vertrekken dat jaar nog naar Kenia. Uitgezonden door Memisa (wat nu Cordaid heet) voor drie jaar. In dit land was een enorme behoefte aan artsen en verpleegkundigen. George krijgt de verantwoording over een ziekenhuis met 120 bedden waarin een grote verloskundige opleidingskliniek voor vroedvrouwen. Het is een spannende tijd, want de tropenopleiding was kort geweest en hij had in de opleiding “maar” 60 bevallingen gedaan. Gon kon ook in het ziekenhuis werken. Het huishouden thuis  was hier echter veel arbeidsintensiever. Er was geen wasmachine, voeding kon maar kort bewaard blijven en er moest vaker boodschappen gedaan worden. Ze stopt al vlug met de werkzaamheden in het ziekenhuis. Na een half jaar wordt ze tijdens de eerste zwangerschap ziek en krijgt naast een dienstmeisje de hulp van een kok.  Op een kleine markt werd vlees en brood verkocht. Eén keer per week ging men naar de grote stad 38 km verderop.

In februari 1971 komen ze voor vier maanden terug naar Nederland. Ze verblijven die tijd bij familie. In juni 1971 gaan ze terug naar Kenia en George krijgt een plaats aangewezen in de top van een groot districtziekenhuis met veel Japanners onder zich. Dat wil hij niet. Ze komen terecht in een nieuw ziekenhuis dat ze al in aanbouw hadden gezien tijdens hun eerste verblijf in deze streek en kwamen daarmee dus een beetje thuis. Dit ziekenhuis viel onder het gouvernement . Dit ziekenhuis had een andere sfeer en een andere hiërarchie dan een missieziekenhuis. Hier werken alleen  Kenianen.

Na drie jaar in overheidsdienst gewerkt te hebben komen ze terug naar Nederland.  Met een volkswagenbusje maken ze deze indrukwekkende reis. Op de boot droomt Gon al van een weerzien met Afrika. Ze gaan wonen in de buurt van Rotterdam. Ze hebben veel moeite om zich aan te passen in Nederland. George gaat zich specialiseren als kinderarts en krijgt een inkomen als assistent. Dat betekent veel uren werken in het ziekenhuis en Gon draagt de opvoeding van de 5 kinderen vooral op haar schouders. Met het diploma op zak gaat het gezin weer naar Oost-Afrika.

In 1978 verhuizen zij naar de woon- en werkplek in Tanzania bij een groot ziekenhuis aan het Victoriameer. De kinderen zijn dan 9, 8 en 8, 5 en 4 jaar en gaan op  een internationale school. Ze worden uitgezonden door buitenlandse zaken en treffen in deze streek veel Nederlandse collega’s. Er is op dat moment oorlog in dit land en aan alles is een tekort. George heeft hier overigens een leuke tijd. Hij heeft assistenten in opleiding naast zich staan en deze jaren zijn minder zwaar dan de jaren hiervoor.

Na drie jaren verlaten ze op het dieptepunt van Tanzania dit land en komen  in 1981 weer terug naar Nederland. Omdat de kinderen de leeftijd van de middelbare school hadden bereikt wilden zij nu een stabiele plek voor hen. Deze plek werd Oostkapelle waar George directeur werd van het kinderrevalidatiecentrum Zonneveld  te Oostkapelle. Dat doet hij 12,5 jaar en Gon maakt zich dienstbaar in het pastoraal werk.

De wens om weer terug te gaan naar Afrika wordt in 1994 werkelijkheid. Gon bouwt haar pastorale werk af en ze zoeken huurders voor hun woning in Oostkapelle. Ze worden voor drie jaar uitgezonden door Memisa. George wordt directeur van het ziekenhuis in Ndala in Tanzania.  De droom was prachtig, maar de werkelijkheid was zwaar. Nu hadden ze de kinderen achter moeten laten, de broer van George nam in Nederland de vaderrol over, George was jaren directeur geweest en had geen routine meer in opereren,  het werken met een computer moest geleerd worden, er was geen telefoon en amper post. Gon werd ingeschakeld bij de werkzaamheden in de poli, administratie, de buitenklinieken, was chauffeur en woog kinderen. Als chauffeur reed ze regelmatig naar de kinderklinieken in het buitengebied waarvan tientallen kilometers weg over karrensporen. In deze tijd komt er met een arts een echtgenote mee die sociale geografie heeft gestudeerd. Zij gaat onderzoek doen in gezinnen waar geen man meer aanwezig is. Een tolk en Gon mochten met haar mee en dat was een fascinerende tijd. De oogst was slecht en de mensen kwamen bedelen. Gon ging met hulp kijken wie deze mensen waren en hoe zij deze kon helpen. 

In 1997 is het contract afgelopen. George komt in aanmerking voor VUT-gelden en dat betekent dat zij in Tanzania konden blijven zonder betaald te worden door Memisa. Memisa stuurde nieuwe mensen en zij bleven helpen als vrijwilligers. Tijdens deze jaren komen ze wel regelmatig terug naar Nederland om bij de kinderen te zijn.

In 1998 wordt door de Zeeuwse ziekenhuisdirecteuren de Stichting Tabora opgericht ter ondersteuning van het werk van Gon en George. Deze stichting heeft als doel directe en flexibele ondersteuning op kleine schaal aan gezondheid;  onderwijs en welzijn  bevorderende initiatieven en activiteiten in de regio Tabora en het Aartsdiocees Tabora dat daarmee samenvalt te ondersteunen. Deze stichting steunt bv. aidsvoorlichting en een bewustmakingsprogramma, een steunprogramma voor meer dan 200 arme huishoudens en sponsoring van leerlingen/studenten. Op de website van Stichting Tabora  kunt u hierover meer lezen.

In 2000 komen ze terug naar Nederland. Ze nemen het besluit om in Nederland te blijven wonen en twee keer per jaar twee maanden terug te gaan naar Tabora in Afrika. Tijdens een bijeenkomst van de vrijwilligers van onze stichting in november 2010 hebben zij foto’s laten zien van Tabora en hun verhaal verteld. In januari 2011 vertrekken deze onvermoeibare lieve mensen weer om hun naasten te helpen in Afrika.